We gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Cookies die strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van de service zijn altijd actief. Meer informatie over ons cookiebeleid
De geldleningsovereenkomst tussen particulieren, juridisch een overeenkomst van verbruiklening (art. 7:129 e.v. BW), regelt de situatie waarin de ene particulier (de uitlener) een geldsom ter beschikking stelt van de andere particulier (de lener), die zich verbindt tot terugbetaling van eenzelfde hoeveelheid geld, doorgaans met rente. Belang van schriftelijke vastlegging: hoewel een geldlening tussen particulieren mondeling geldig tot stand kan komen, is een schriftelijke overeenkomst essentieel om bewijsproblemen te voorkomen, met name bij leningen tussen familieleden of vrienden, waar mondelinge afspraken achteraf vaak tot geschillen leiden. Bij leningen boven een bepaald bedrag kan de Belastingdienst bovendien een schriftelijke overeenkomst verlangen om de lening fiscaal als zodanig te erkennen (en niet als schenking aan te merken), met name in het kader van box 3 en eventuele schenkbelasting. Rente: partijen zijn vrij een rente overeen te komen. Bij het ontbreken van een rentebeding geldt in beginsel geen rente, tenzij de wettelijke rente van toepassing wordt bij verzuim (art. 6:119 BW). Bij een te lage of ontbrekende rente bij een aanzienlijke lening tussen familieleden kan de Belastingdienst het verschil met een zakelijke rente als schenking aanmerken. Wanneer te gebruiken: bij elke geldlening tussen twee particulieren, bijvoorbeeld tussen familieleden voor de aankoop van een woning, tussen vrienden voor een persoonlijk project, of in andere informele leningssituaties. Partijen: de uitlener (schuldeiser) en de lener (schuldenaar), beiden natuurlijke personen. Essentiële bedingen: het geleende bedrag, de rente (indien overeengekomen), het aflossingsschema of de looptijd, eventuele zekerheden (borgstelling, pandrecht), en de gevolgen van te late betaling. Veelgemaakte fouten: het ontbreken van een schriftelijke vastlegging (bewijsproblemen), onduidelijke afspraken over de rente en het aflossingsschema, het niet vermelden van een concrete einddatum of aflossingsregeling, en het vergeten van fiscale gevolgen bij leningen zonder of met een te lage rente tussen familieleden.
Naam van de uitlener (schuldeiser)
Adres van de uitlener
Naam van de lener (schuldenaar)
Adres van de lener
Geleend bedrag
Rentepercentage per jaar (indien van toepassing)
Aflossingsschema of terugbetalingswijze
Beoogde einddatum van de lening
Overeengekomen zekerheden (borgstelling, pandrecht, etc.)
Datum van uitbetaling van de geldsom
Datum van ondertekening