We gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Cookies die strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van de service zijn altijd actief. Meer informatie over ons cookiebeleid
Een borgstellingsverklaring (borgtocht) is een overeenkomst waarbij een derde partij, de borg, zich tegenover de schuldeiser verbindt om een verbintenis na te komen die de hoofdschuldenaar tegenover die schuldeiser heeft of zal krijgen, mocht de hoofdschuldenaar zelf niet (kunnen) betalen. De borgtocht wordt vaak gevraagd bij zakelijke kredieten, huurwaarborgen of leveranciersovereenkomsten waarbij de schuldeiser extra zekerheid wenst naast de hoofdschuldenaar. Rechtsgrondslag: de borgtocht wordt geregeld door art. 7:850 e.v. BW. De borgtocht is een accessoire overeenkomst: zij bestaat slechts voor zover er een geldige hoofdverbintenis is en gaat in beginsel teniet wanneer de hoofdverbintenis eindigt (art. 7:851 BW). Particuliere versus zakelijke borgtocht: het BW onderscheidt de particuliere borgtocht, aangegaan door een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en de zakelijke borgtocht. Voor de particuliere borgtocht gelden extra beschermende bepalingen (art. 7:857-7:861 BW): een schriftelijkheidsvereiste voor de totstandkoming (art. 7:859 lid 1 BW), begrenzing en specificatie van het maximumbedrag, en beperkingen op de mogelijkheid om de borg voor toekomstige of onbepaalde schulden aan te spreken. Bovendien vereist art. 1:88 lid 1 sub c BW dat een gehuwde of geregistreerd partner die zich als particuliere borg verbindt buiten de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, in beginsel de toestemming van zijn echtgenoot of partner heeft, op straffe van vernietigbaarheid op grond van art. 1:89 BW. Bij een zakelijke borgtocht (bijvoorbeeld een bestuurder die borg staat voor de vennootschap waarvan hij bestuurder is en waarin hij een meerderheidsbelang houdt) is deze extra bescherming doorgaans niet van toepassing. Hoofdelijkheid en subsidiariteit: de borg is in beginsel niet subsidiair aansprakelijk in de zin dat de schuldeiser eerst alle verhaalsmogelijkheden op de hoofdschuldenaar moet hebben uitgeput; de wet kent geen algemeen 'voorrecht van uitwinning' zoals in sommige andere rechtsstelsels, tenzij partijen dit uitdrukkelijk overeenkomen. De borg kan zich in beginsel wel beroepen op de verweermiddelen die de hoofdschuldenaar tegen de schuldeiser heeft (art. 7:852 BW). Maximumbedrag en informatieplicht: de borgstelling dient een duidelijk bepaald of bepaalbaar maximumbedrag te vermelden. De schuldeiser heeft jegens de borg een informatieplicht: op verzoek van de borg dient de schuldeiser inlichtingen te verstrekken over de stand van de hoofdverbintenis, en bij een particuliere borgtocht gelden extra waarschuwingsplichten wanneer de hoofdschuldenaar in gebreke blijft. Einde van de borgtocht: de borgtocht eindigt onder meer door volledige voldoening van de hoofdverbintenis, door opzegging indien overeengekomen, of door het verstrijken van een overeengekomen looptijd. Veelgemaakte fouten: het niet (schriftelijk) vastleggen van een particuliere borgtocht, het ontbreken van de vereiste partnertoestemming op grond van art. 1:88 BW, een onbegrensd of onduidelijk maximumbedrag, en het niet duidelijk vermelden of de borgtocht al dan niet subsidiair is bedoeld.
Naam van de schuldeiser
Adres van de schuldeiser
Naam van de hoofdschuldenaar
Naam van de borg
Borg is een particulier (niet handelend in beroep/bedrijf)
Borg is gehuwd of heeft een geregistreerd partner
Omschrijving van de hoofdverbintenis
Maximumbedrag van de borgstelling
Looptijd of einddatum van de borgstelling
Borgtocht is subsidiair (eerst hoofdschuldenaar aanspreken)