We gebruiken cookies om uw ervaring op onze website te verbeteren. Cookies die strikt noodzakelijk zijn voor het functioneren van de service zijn altijd actief. Meer informatie over ons cookiebeleid
Een beroepsopleidingsovereenkomst, in de praktijk aangeduid als praktijkovereenkomst (POK), legt de afspraken vast over de praktijkcomponent van een mbo-opleiding tussen de student, de onderwijsinstelling en het erkende leerbedrijf waar de student de praktijk doorloopt. Zij vormt de wettelijke basis voor iedere praktijkplaats binnen het middelbaar beroepsonderwijs. Rechtsgrondslag: de POK wordt geregeld door de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), meer specifiek art. 7.2.8 e.v. WEB. De overeenkomst is een driepartijenovereenkomst: de onderwijsinstelling (doorgaans een regionaal opleidingencentrum, ROC, of een vakinstelling), de student, en het leerbedrijf. De POK bevat verplichte onderdelen zoals de duur van de praktijkperiode, de te behalen praktijkdoelen conform het kwalificatiedossier, en de wijze van begeleiding en beoordeling. BBL versus BOL: de WEB onderscheidt twee leerwegen die een fundamenteel verschillend juridisch regime kennen. Bij de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) is de praktijkcomponent het grootste deel van de opleiding (doorgaans vier dagen werken, één dag onderwijs) en gaat de student, naast de POK, tevens een reguliere arbeidsovereenkomst (art. 7:610 BW) aan met het leerbedrijf: de BBL-student is dus zowel student als werknemer, met recht op loon (cao of ten minste het wettelijk minimumjeugdloon/minimumloon), ontslagbescherming en overige arbeidsrechtelijke bescherming. Bij de beroepsopleidende leerweg (BOL) is het onderwijs het grootste deel van de opleiding en heeft de praktijkperiode (stage) het karakter van een leerervaring zonder arbeidsovereenkomst: de BOL-praktijkovereenkomst kent geen loon maar hoogstens een stagevergoeding, vergelijkbaar met de rechtsverhouding bij een reguliere stageovereenkomst. SBB-erkenning van het leerbedrijf: een bedrijf of organisatie mag alleen praktijkplaatsen voor het mbo aanbieden indien het is erkend als leerbedrijf door SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven). De erkenning waarborgt dat het leerbedrijf over voldoende praktijkbegeleiding en leermogelijkheden beschikt om de kwalificatie-eisen van de opleiding te kunnen invullen. Zonder geldige SBB-erkenning kan geen rechtsgeldige POK worden gesloten. Begeleiding en beoordeling: het leerbedrijf wijst een praktijkopleider aan die de student begeleidt en de voortgang beoordeelt aan de hand van het kwalificatiedossier; de onderwijsinstelling wijst een praktijkbegeleider of -docent aan die toeziet op de kwaliteit van de praktijkplaats en de aansluiting bij het onderwijsprogramma. Beide begeleiders werken samen aan de beoordeling van de praktijkcomponent, die meetelt in de eindkwalificatie van de student. Veelgemaakte fouten: het aangaan van een POK met een niet (langer) SBB-erkend leerbedrijf, het niet afsluiten van een afzonderlijke arbeidsovereenkomst bij een BBL-traject terwijl dit wel vereist is, het verwarren van de BOL-stagevergoeding met loon, en het ontbreken van duidelijke praktijkdoelen conform het kwalificatiedossier.
Naam van de student
Naam van de onderwijsinstelling (ROC)
Opleiding en kwalificatiedossier
Leerweg (BBL of BOL)
Naam van het erkende leerbedrijf
SBB-erkenningsnummer van het leerbedrijf
Naam van de praktijkopleider bij het leerbedrijf
Naam van de praktijkbegeleider vanuit de onderwijsinstelling
Praktijkdoelen conform kwalificatiedossier
Startdatum van de praktijkperiode
Einddatum van de praktijkperiode
Afzonderlijke arbeidsovereenkomst afgesloten (verplicht bij BBL)